Gelder Zonen, van

[Bron: ZaanWiki]: Nederlands papierconcern, waarvan de voormalige papierfabriek Van Gelder Zonen te Wormer, niet alleen deel uitmaakte maar ook de oorsprong vormde. Terwijl elders gevestigde delen van deze onderneming zijn voortgezet, is de fabricage van papier in Wormer bij een algehele sanering in 1981 beëindigd. In 1816 nam Pieter Smidt van Gelder zijn drie zoons in het bedrijf op. Sindsdien zijn tot ver in de 20e eeuw Van Gelders bij de leiding van de onderneming betrokken gebleven (zie het opgemerkte bij Van Gelder, ondernemersgeslacht). In hetzelfde jaar werd het maatschappelijk kapitaal uitgebreid tot f 200.000. De zaken gingen zeer gunstig: in de jaren 1816 tot 1820 werd aan de firmanten boven hun salaris een gemiddelde winst van ruim 18 procent uitgekeerd. In 1817 werd de kapitale witpapiermolen de Kruiskerk te Zaandam overgenomen. Pieter Smidt van Gelder trok zich uit de dagelijkse leiding terug, zijn zoons breidden de zaken verder uit. In 1820 werd de basterd (= grauw-) papiermolen De Soldaat, de (Wormerveer) bij de onderneming betrokken. Nu werkte men dus met vier molens: De Eendracht, De Bok, De Kruiskerk en De Soldaat, die alle werden uitgebreid en verbeterd. In 1830 beschikte men over zeven witte en zes basterd-kuipen.

De firma had bovendien zes eigen pakhuizen in gebruik en was in bezit van verschillende andere onroerende goederen. Inmiddels begon het economische klimaat enigszins te verbeteren, na de diepe wonden door de Franse tijd geslagen. De industriële revolutie was met name in Engeland in volle gang en kreeg, hoewel in bescheiden mate, nu ook in Holland vorm. In dit proces speelde de (verbeterde) stoommachine uiteraard de voornaamste rol. De papiermakerij kreeg daarenboven te maken met de in 1799 begonnen ontwikkeling van een machine die tot dan toe handmatige werkzaamheden kon verrichten. Na de vervaardiging van de natte papiermassa kon de verwerking daarvan -het scheppen, afnemen, persen en drogen- in een arbeidsgang plaats hebben; dat gaf een forse besparing op tijd, personeel en ruimte. Verder was ook de toepassing van chemische stoffen bij het bleken van wit papier in het buitenland ontwikkeld, terwijl het lijmen in de stof met hars mogelijk was geworden in plaats van de voordien toegepaste oppervlakte-lijming. De Hollandse papiernijverheid was door deze elders ontwikkelde uitvindingen op achterstand gekomen, zoals eerder de Veluwse papiermakerij was overschaduwd door de Zaanse ten gevolge van de hier toegepaste, toen nog moderne productiemethoden.

Intussen was in 1845 een (derde) jonge generatie Van Gelders aangetreden. Terwijl hun vaders zich de tanden braken op de witpapierfabricage in Het Fortuin (de firma Van Gelder Schouten & Comp. zou nog tot 1857 worden voortgezet) begonnen de zoons onder de naam ‘Van Gelder Zonen’ zelfstandig in de oude molen De Eendracht een machinale fabriek van pakpapier. En, om met de geschiedschrijfster dr. Jane de Iongh te spreken: ‘Wat de vaders door zware tegenslag niet hadden kunnen bereiken, brachten zij tot stand; zij traden uit de strijd om de stoom zegevierend tevoorschijn’.

Molen en fabriek de Eendracht kort voor 1889, het jaar waarin de molen werd afgebroken en naar Emst vervoerd. Met twee stoommachines en een tweedehands Engelse papiermachine ging de jonge firma Van Gelder Zonen aan de slag. Tussen 1846 en 1850 produceerden de drie neven in De Eendracht niet minder dan 45 verschillende soorten papier. AI snel volgden vernieuwingen en uitbreidingen (1851-52), men werkte toen zelfs met acht stoommachines. Toen in 1855 de zaken van de vaders, de oude firma Van Gelder Schouten & Comp., waren overgenomen, bereikte men een omzet van f 260.000. Naast de productie kwam nu ook de (groot-) handel in papier tot bloei. Wormerveer (waar het handelskantoor was gevestigd) was daarvoor niet de meest geschikte plaats; in 1858 werd de ‘handelspoot’ naar Amsterdam overgebracht.

De neven lieten daartoe een pakhuis van zeven verdiepingen aan de N.Z.Voorburgwal verbouwen. De in 1855 van de vaders overgenomen De Bok was inmiddels gesloopt, de productie werd naar De Eendracht overgeheveld. In 1859 bedroeg het aantal werknemers van VGZ 145, tien jaar later was het gestegen tot 222; het bedrijf was toen uitgegroeid tot het tweede papierbedrijf van Nederland. Er zou verdere groei volgen, zodanige groei dat de belangrijkste activiteiten gaandeweg niet meer overwegend in Wormer, maar in fabrieken elders tot stand kwamen. Dit proces begon in 1869 met de aankoop van een kleine papiermolen in Apeldoorn, die toevallig ook de naam “De Eendracht” droeg. Hierdoor was men in staat naast pakpapier ook weer wit, geschept papier te fabriceren. Na omvangrijke investeringen maakte men in Apeldoorn handgeschept papier van zó verfijnde kwaliteit dat de roem zich snel in de hele wereld verbreidde. Het fabricaat werd dermate gerenommeerd dat al na vier jaar de naam mocht worden veranderd in ‘Koninklijke fabriek van geschepte papieren’ (Apeldoorn, 1873). In 1876-’79 werd de fabriek De Eendracht te Wormer uitgebreid. Er kwam een papiermachine met 160 cm werkbreedte bij, er werd een nieuwe malerij geïnstalleerd en een installatie voor de productie van bordpapier. Mede door de aanschaf van nieuwe stoommachines kon de productie in Wormer toenemen met 50 procent. In 1884 trad weer een nieuwe groep familieleden aan als directeuren, de vierde generatie.

Ondanks de verbeteringen en uitbreidingen bleven de resultaten van de oude vestiging De Eendracht beneden de verwachtingen. Dit kwam vooral door buitenlandse concurrentie die de prijzen drukte beneden het niveau waarop nog winst kon worden gemaakt. In het buitenland werd namelijk al gewerkt met nieuwe grondstoffen: cellulose en houtstof (houtslijp), terwijl de Hollandse fabrieken nog uitsluitend schaarse en dure lompen verwerkten. De firma VGZ had al wel met andere grondstoffen geëxperimenteerd (onder andere met stro en esparto, een grassoort uit zuidelijke landen), maar zat daarmee op een verkeerd spoor. Het duurde tot 1883 alvorens in Wormer geheel op productie met behulp van houtstof en cellulose werd overgeschakeld. Hierdoor werd overigens de oude molen De Eendracht een overbodige sta-in-de-weg; hij werd in 1889 gesloopt om als korenmolen te worden herbouwd in Emst op de Veluwe.

Uitbreidingen en nieuwe experimenten maakten het mogelijk om in 1890 in Wormer het eerste courantenpapier op de pakpapiermachines te vervaardigen. Men maakte dit nog in vellen, maar twee jaar later slaagde men er in om ook rotatiepapier, aan grote en zware rollen te produceren (voor ‘Het Nieuws van den Dag’). Dit werd een mijlpaal en een nieuwe start in de geschiedenis van de inmiddels ruim honderdjarige firma. De vraag naar krantenpapier steeg zeer snel. Aanvankelijk ving men de toenemende vraag in Wormer op, maar al in 1895 werd in Velsen een geheel nieuwe fabriek voor krantenpapier geopend, die zou uitgroeien tot een complex van vier fabrieken en een der grootste papierfabrieken ter wereld. De vestigingsplaats aan het toen nog betrekkelijk nieuwe Noordzeekanaal maakte de aanvoer en opslag van de grondstof hout aanzienlijk eenvoudiger. ‘Velsen’ werd voor VGZ veruit de belangrijkste onderneming.

Ook de groothandel in Amsterdam breidde zich gestaag uit, zodat verplaatsing naar een groot pand aan de Singel noodzakelijk werd. Er kwam bovendien een handelsvestiging in Rotterdam. In 1899 werd ‘Apeldoorn’ uitgebreid en verbeterd, zodat het handmatig geschepte papier nu ook ‘machinaal geschept’ kon worden gemaakt. In 1901 werd een eigen cellulosefabriek in Velsen gebouwd, waardoor import van deze grondstof (uit voornamelijk Duitsland) overbodig werd. Deze fabriek ging ook de benodigde cellulose voor ‘Wormer’ en ‘Apeldoorn’ leveren. In 1907 werd de papierfabriek Sanders in Renkum overgenomen. Na ingrijpende verbouwingen en verbeteringen werd “’Renkum I` in 1912 geheel uitgebreid met een geheel nieuwe fabriek van krantenpapier, “’Renkum II’. Door al deze ontwikkelingen ontstond binnen 25 jaar een machtig, goed geoutilleerd conglomeraat van papierfabrieken, zie het overzichtje op deze bladzijde. Bij al deze veranderingen en uitbreidingen ging het in Wormer eigenlijk niet bijster goed. In de jaren ’90 van de 19e eeuw werd De Eendracht enkele malen door brand geteisterd. Maar er waren andere oorzaken voor de zwakke positie van ‘Wormer’.

Het bedrijf-van-oorsprong bleef wel steeds pakpapieren fabriceren, maar deze sector kreeg -zeker nadat de vestigingsplaats van het concern was verplaatst- niet de meeste aandacht. De groei van het concern vond elders plaats, er werd geïnvesteerd waar de meeste winst werd behaald. Het gevolg voor ‘Wormer’ was dat in een lange reeks van jaren de investeringen verhoudingsgewijs achterbleven. In feite begon dit proces al rond het jaar 1900. Het ‘moederbedrijf ‘ werd van minder belang dan de zich spectaculair ontwikkelende dochterondernemingen elders. Weinigen beseften dat, als ooit de papierafzet zou stagneren of als door andere oorzaken de resultaten langdurig zouden terugvallen, de zwakkere onderdelen van het concern (dus de fabriek in Wormer) daaronder het eerst en het meest zouden lijden. Het is, volgens deze achteraf-redenering, eigenlijk verwonderlijk dat De Eendracht het in deze verhoudingen, tussen twee wereldoorlogen en een tussenliggende crisis en vervolgens ook nog enkele tientallen jaren, kon bolwerken. Maar het einde kondigde zich aan.

In 1971 staken, terwijl een fusie tussen VGZ en de Koninklijke Nederlandse Papierfabrieken (KNP) te Maastricht in de maak leek, geruchten de kop op dat het tot massale ontslagen bij Van Gelder zou komen; het concern (met in totaal 6000 werknemers) zou de onrendabele takken afstoten en de rendabele reorganiseren. ‘Wormer’ (waar 700 mensen werkten en waar pak-, asbest- en behangselpapier werden gemaakt) zou buiten schot blijven. De besprekingen over de fusie met de KNP werden al snel beëindigd, omdat er onenigheid bestond over de vraag hoeveel arbeidsplaatsen moesten worden weggesaneerd. In de ogen van de directie van Van Gelder wilde de KNP teveel banen schrappen. Kort daarna werd bekend gemaakt dat VGZ over 1970 een verlies van f 3.5 mln. had gemaakt; een jaar later was het verlies f 11,8 mln.

Na het mislukken van de fusie met de KNP zocht Van Gelder contact met de Amerikaanse Papierfabrikant Crown Zellerbach, die in 1972 50 % van de aandelen overnam. De jaren daaropvolgend leek het papierconcern zich te herstellen; over 1974 werd zelfs een winst van f 39 mln. geboekt. In 1975 was er evenwel al weer verlies (f 25 mln.) en ook de jaren daarna zou dat zo blijven. In 1979 was het aantal arbeidsplaatsen bij het concern teruggelopen tot circa 4000 werknemers.

Ook ‘Wormer’ bleef niet langer buiten de concern-problemen. Terwijl actiegroepen zich steeds indringender keerden tegen de productie van asbestviltpapier (om gezondheidsredenen, zowel van de werknemers van de fabriek als de omwonenden), werd in januari 1977 aangekondigd dat ook in “’Wormer` (met toen 730 werknemers) de eerste ontslagen zouden vallen. Nog geen maand later lekte een vertrouwelijk rapport van het onderzoekbureau McKinsey uit, waarin werd gesteld dat het hoogst onzeker was of de fabriek te Wormer (met over 1976 een verlies van f 16 mln.) zou kunnen blijven voortbestaan. Desondanks werd in juli 1977 nog een nieuwe installatie in bedrijf genomen voor de verwerking van oud-papier: een investering van f 6 mln. De raad van bestuur van het concern kondigde in mei 1978 aan dat ‘Wormer’ rekening moest houden met een forse inkrimping en mogelijk zelfs volledige bedrijfssluiting. Acties van de gemeentebesturen van Wormer en Zaanstad en van Provinciale Staten volgden. In Wormer ontstond een actiecomité, waarin zestien organisaties samenwerkten. Op verscheidene protestbijeenkomsten werd opgeroepen tot behoud van werkgelegenheid. Het haalde weinig uit. In augustus ’78 werd bekend gemaakt dat per 1 januari 1979 twee van de vijf papiermachines zouden worden stilgezet, dat de asbestviltproductielijn zou worden ‘afgebouwd’ (juist dit was nog de winstgevende activiteit in Wormer) en dat het bedrijf met de twee laatste machines een halfjaar de tijd zou krijgen om winstgevend te worden.

Dat lukte niet. In februari 1980 (nadat een maand eerder het personeel het bedrijf twee dagen had bezet) werd bekend dat ‘Wormer’ in de loop van 1981 gesloten zou worden. Op dat moment werkten er nog 370 personen; in juli daaropvolgend waren er nog 85 werknemers. In maart 1981 werd de productie in ‘Wormer’ definitief beëindigd. De sluiting van de fabriek betekende voor Wormer en feitelijk voor de gehele Zaanstreek. een gevoelige klap. Het Van Gelder-concern werd op 18 augustus 1981 failliet verklaard. Onderdelen van het concern bleken evenwel zelfstandig levensvatbaar en werden heropgericht.