De stichting papiergeschiedenis Zaanstreek de Hollander ontleent haar naam aan een  beroemde Zaanse uitvinding. De Hollander is een werktuig dat een nieuwe fase in de papierfabricage mogelijk maakte. Het is een van de werktuigen die de Zaanse molenindustrie beroemd maakten. Zo was er het zaagraam en de krukas van Cornelis Corneliszoon van Uitgeest, de pelstenen en de waaierij in de gerstpelmolen en de verfhoutrasp in de verfhoutmolen. De meeste uitvinders bleven anoniem. Dat geldt ook voor de uitvinder van de Hollander. In 1673 probeerden Pieter Gerritssz. en Gerrit Pietersz. van der Ley, die werkten met de papiermolens De Bonsem en De Wever, een octrooi voor wit papier met metaal op metaal te krijgen. De papiermaker Maerten Cornelisz. Sevenhuysen die werkte met de papiermolen De Salamander, maakte hier bezwaar tegen omdat hij ook al schrijfpapier maakte met metalen schenen (strips) op metalen platen. Ook Westzaanse papiermakers maakten bezwaar tegen een octrooi voor het maken van witpapier met een metalen drijver. Voorn merkte op dat in 1670 al sprake was van gemalen stof in de papiermolen De Hobbezak. Tot 1680 werd voornamelijk ijzer in de Hollander gebruikt. Maar dat gaf problemen met de aluin die als vulstof in de papierstofmassa werd gebruikt. Men kon zo wel kardoespapier maken om buskruit in te bewaren.[i]  Kardoespapier is dus een soort pakpapier. Rembrandt heeft het ook wel gebruikt om etsen af te drukken. Voor goed witpapier dient de maalbak uitgerust te zijn met bronzen schenen die bestaan uit rood en geel koper en een beetje zilver. Voorn maakte aannemelijk dat de maalbak na veel experimenteren uit de kollerstenen is ontstaan.[ii] Met de komst van de maalbak, in het buitenland Hollander genoemd, werd een van de knelpunten in het productieproces opgelost. In Duitsland had men uitgerekend dat één Hollander in één dag kon doen wat acht stampers in acht dagen konden doen. In Frankrijk was men van mening dat de papierstoffabricage met een Hollander drie keer  sneller was dan met hamerbakken. En de kwaliteit van het papier was beter.[iii] Er kwamen nu molens met meerdere maalbakken en schepkuipen. De Hollander leidde dus tot een schaalvergroting van de papiermolens en een kwaliteitsverbetering van het papier.

De maalbak trok de aandacht van talloze geïnteresseerde vreemdelingen. De eerste die een, overigens foutieve, tekening publiceerde was de Duitser Leonhard Christoph Sturm. Hij maakte in 1697 een technische studiereis door Holland. In 1696 werd hij benoemd tot professor aan de Ritterakademie in Wolfenbuttel, waar adellijke jonge mannen hun opleiding kregen. De tocht door Holland duurde zes weken. Twee jaar later bezocht hij opnieuw Holland. Hij was in  Naarden en  Amsterdam waar hij de moddermolen bekeek en Zaandam waar hij de sluizen,  zaag- en oliemolens bezocht. Vooral de oliemolens hadden zijn bijzondere belangstelling. Hij reisde via Utrecht , Antwerpen en Brussel naar Parijs. Daar bestudeerde hij vooral de kerkenbouw. In Marly bezocht hij de grote houten pompen op waterkracht voor de tuinen van het kasteel te Versailles, een van de technische wereldwonderen van die tijd. In 1718 verscheen zijn Vollständige Műhlen-baukunst, waarin uitvoerig aandacht werd besteed aan Hollandse ( Zaanse ) molens. Het boek zou in de volgende honderd jaar verschillende malen herdrukt worden. Hij heeft verder een groot aantal publicaties over architectuur verzorgd.[iv] Er waren veel meer buitenlandse geleerden en molenmakers naar de Zaanstreek gekomen. Ze maakten dat overal in de wereld de maalbak bekend werd onder de naam Hollander. Zo spreekt men in Engeland van Hollander beater. In Frankrijk spreekt men van une pile hollandaise en in Duitsland van Holländer.

In talloze papiermolens en papiermolens over de hele wereld is een Hollander te zien. Vaak nog in gebruik. Er zijn zelfs nog enige papierfabrieken die speciale soorten papier maken, die een Hollander gebruiken om papierstof te maken. Er zijn internetdiscussiegroepen over het gebruik van de Hollander in bedrijfjes waar men nog traditioneel, vaak luxueus, handgeschept papier maakt. In de Zaanstreek is de term Hollander vrijwel nooit in gebruikt. Daar hield men het bij maalbak.

[i] Een kardoes is een zak waarin het buskruit voor een kanonschot in een voorlader wordt gedaan. Oorspronkelijk waren de kardoezen van wol.
[ii] H. Voorn, De papiermolens in de provincie Noord-Holland  (Haarlem, 1960)  31 – 45.
[iii] W. Visser, Van schepvorm tot machinepapier. Overzicht der witte kunst in Nederland (z.p., 1954) 52.
[iv] Michael Mende , Sturms Vollständige Műhlen-Baukunst foto-mechanische herdruk van de vijfde druk uit 1815  van Leonhardt Christoph Sturms vollständige Műhlen-Baukunst (Hannover, 1991)