Wever, de

Wever, de [Bron: ZaanWiki]: Papiermolen en oorspronkelijk volmolen te Koog. De windbrief voor de volmolen werd gegeven in juli 1639. In 1674 werd hij ingericht als witpapiermolen. Hij heeft gestaan ten zuiden van de Guisweg en ten westen van het NS-station Koog-Zaandijk, en werd gesloopt in 1841.

De Wever werd gebouwd in 1646 (en niet in 1639, zoals Pieter Boorsma beweerde) als volmolen. De windbrief van deze molen werd op 1 oktober van dat jaar uitgereikt aan de Koger Pieter Jaspersz. Eigenaars van de molen waren enkele Amsterdammer en Leidse lakenkopers. Pieter Jaspersz. fungeerde als directeur van de onderneming, maar hij zal ongetwijfeld ook een aandeel in de molen hebben gehad. In De Wever werden wollen stoffen door een speciale behandeling vervilt. Het product vond zijn weg naar de lakenkopers in Leiden en Amsterdam. Het hoogtepunt van de Zaanse lakenvolmolens lag in de eerste drie kwartalen van de zeventiende eeuw. Veel volmolens haalden de achttiende eeuw dan ook niet in hun oorspronkelijke functie. Zo ook De Wever. Op 23 juni 1671 verkochten de Amsterdamse eigenaren De Wever voor een bedrag van Fl.3320,- aan de Zaandijker koopman Simon Cornelisz. Honigh. In opdracht van Honigh werd De Wever verbouwd tot blauwpapiermolen. Simon Honigh werkte twee jaar met de molen en besloot toen om hem te gaan verhuren. Zelf nam hij het directeurschap van een andere Koger papiermolen op zich, nl. De Zwaan. Simon Honigh verhuurde De Wever aan de firma Van der Ley uit Zaandijk. Het toen opgestelde huurcontract bevat een goed overzicht van de aanwezige inventaris van de molen. Hieronder een stuk uit het huurcontract, waarin tevens wordt beslist over twee papiermakers die werkzaam waren bij Honigh.

“De huurders sulle mede de knegts namentlijnck Cornelis Jansz. Al ende Cornelis Dirksz. Kael de gemelte tijt voor sodanig salaris als sij met haer connen accorderen op de molen in dienste moeten houden.” Overzicht gereedschap aanwezig in De Wever, “Bijl, dissel, boren, moker, koevoet, koubeitels, smidstang, nijptang, spijkerhamer, acht zeilen waarvan twee nieuwe witte.” Ander inventaris, “drie stofkassen, twee verfkassen, een lijmkuip, twee verfkuipen, een koperen ketel, een lijmbak en een vuurkast met twee emmers, daer onder een met een stock en een met een harvijzel. Een kleine schuit met twee riemen en een haak, de twee kapmessen en een slijpsteen, verder nog vier backen met de rongsels.”

De rederij van de firma Van der Ley huurde de molen met het recht op koop. Deze koop vond al snel plaats nl. op 11 januari 1674. Voor Fl.5675,- werden Pieter Gerritsz. van der Ley en de andere aandeelhouders van deze firma eigenaar van De Wever. Bovendien kochten zij op die dag de Koger volmolen De Bonsem, welke ten oosten van De Wever was gelegen. In opdracht van Van der Ley werden zowel De Wever, als De Bonsem ingericht tot witpapiermolen. Samen met de Zaandijker papiermolen De Vergulde Bijkorf, waren dit de eerste drie molens in de Zaanstreek die deze papiersoort gingen produceren. De gehele rederij van Van der Ley bestond uit negen deelnemers en dus uit negen parten. Kort na de aankoop van de beide molens stierf de vader van Pieter van der Ley, die een negende part bezat. Dit part werd verdeeld tussen Pieter van der Ley en zijn zuster, waarna Pieter van der Ley de grootste aandeelhouder van de rederij werd.

Een andere reder was de Zaandijker koopman Cornelis Baartsz. Veen. De zaken waren deze reder niet voor de wind gegaan en in 1679 werd hij failliet verklaard en moest zijn gehele bezit worden geveild. Op deze veiling werd toen het volgende aangeboden, “…geregt negende part in twee witte papiermolens d’een genaamt d’Swarte Bontsem d’andere d’Wever en in een nieuw packhuijs opt Erff van Jan Everts met het oude huys van de zelve.” Dit negende part ging toen voor een bedrag van maar liefst Fl.5000,- van de hand. Het merendeel van dit bedrag, Fl.3445,-, bestond echter uit voorraden die in de beide molens aanwezig waren. De gehele voorraad van de beide molens werd bij deze veiling opgesomd en zag er als volgt uit, 7000 riem papier, 75500 pond fijne en grove lompen, 4700 pond lijm en 700 pond aluin. Aan debiteuren stond er Fl.14630,- uit, aan schulden moest er nog Fl.7927:14:- worden betaald. De bovenstaande gegevens laten duidelijk zien dat er met de productie van wit papier grote kapitalen gemoeid waren. Pieter Gerritsz. van der Ley stierf op 21 februari 1692. De aandelen van de beide papiermolens kwamen toen in handen van zijn zoon Jan Pietersz. van der Ley. Daarbij volgde hij zijn vader op als directeur van de rederij. In de daarop volgende jaren verwierf hij nog meer parten in de twee papiermolens, zodat zijn bezit in de rederij op een gegeven moment 1/3 bedroeg.
Met Jan Pietersz. van der Ley aan het roer, maakte de rederij een zeer krachtige groei door. Het papier dat in de beide molens werd geproduceerd vond zijn weg over de gehele wereld, wat dus wel iets zegt over de kwaliteit van het Zaanse wit papier. In 1719 liet Jan Pietersz. van der Ley een geheel nieuwe papiermolen bouwen. Deze molen, Het Fortuin genaamd, werd aan het Guispad in Zaandijk gebouwd op het erf van de afgebroken volmolen De Star. Deze nieuwe molen viel echter niet onder de rederij van De Bonsem en De Wever, maar was voor 100% het bezit van Jan van der Ley.

Omstreeks 1730 traden de beide zoons van Jan van der Ley, Claas en Aris Jansz. van der Ley, toe tot de directie van de rederij. Zo konden zij het vak leren en zich klaar maken om de zaken van hun vader over te nemen. Jan Pietersz. van der Ley stierf op 13 november 1750. De totale waarde van De Zwarte Bonsem en De Wever werd toen geschat op het reusachtige bedrag van Fl.130.000,-. Claas en Aris Jansz. van der Ley volgden hun overleden vader in zaken op. Zij gingen werken onder de firmanaam Jan, Claas & Aris van der Ley. Na enkele jaren werd hun aandeel in de rederij op 2/3 part geschat. In december 1773 stierf Claas Jansz. van der Ley. Hij stierf zonder een opvolger na te laten. Aris van der Ley besloot toen om de zaken te liquideren. Ook hij had geen opvolger en was bij het overlijden van zijn broer reeds 64 jaar oud. Op 1 maart 1774 werden De Wever en De Zwarte Bonsem geveild. De Wever werd gekocht door Jacob Jansz. Honig. Voor de molen en aanhorigheden betaalde hij een bedrag van Fl. 14200,-. De Zwarte Bonsem kwam voor een bedrag van maar liefst Fl.17480,- in bezit van Jan Kool, Gerrit Kaaskooper Honigzoon en Claas Gerritsz. Honig. Deze drie heren werkten onder de firmanaam Jan Kool & Comp. Aris van der Ley bleef in het vak met de van zijn vader geërfde papiermolen Het Fortuin uitoefenen. Hij stierf hoogbejaard in het jaar 1800. Jacob Jansz. Honig was een Zaandijker papiermaker. Hij werkte met de Zaandijker witpapiermolen De Vergulde Bijkorf en de Wormer witpapiermolen De Eendracht. Kort na de aankoop van De Wever stootte hij De Eendracht af. Logistiek gezien was dit beter. Honig werkte onder de firmanaam Jacob Honig & Zoonen.

Jacob Jansz. Honig stierf op 68 jarige leeftijd in het jaar 1780. Zijn oudste zoon Jan Jacobsz. Honig nam toen het beheer over De Vergulde Bijkorf over, De Wever kwam toe aan zoon Cornelis Jacobsz. Honig. Beide broers zetten de firma van hun vader voort. Al vlug na het verkrijgen van het directeurschap over De Wever, trad de oudste zoon van Cornelis Honig, Jan Cornelisz. Honig, toe tot de directie van De Wever. Na het overlijden van zijn vader in 1817 kreeg hij de gehele molen onder zijn beheer. De firma Jacob Honig & Zoonen bleef bestaan tot het jaar 1835, in dat jaar werd zij opgesplitst in twee nieuwe firma’s. Jan Cornelisz. Honig ging verder met De Wever en begon een compagnonschap met zijn zwager Klaas de Jong. Zij gingen werken onder de firmanaam Jan Honig & Compagnon. De firma zou echter niet lang bestaan. Omstreeks 1840 werd zij geliquideerd en werd De Wever te koop aangeboden. In het midden van de negentiende eeuw zat er een behoorlijke economische terugval in de Zaanse papierindustrie. Links en rechts verdwenen enkele grote witpapiermolens door sloop. Vaak werden zij door de concurrenten gekocht en gesloopt, zodat er meer werk voor hun eigen molens overbleef. Ook De Wever zou niet meer in bedrijf komen en in 1841 werd het gehele molencomplex gesloopt. Jan Honig bleef actief in de papiermakerij. In 1842 kocht hij samen met zijn zoon Cornelis Jansz. Honig de Koger papiermolen De Zwaan.

Bronnen:
“Duizend Zaanse molens” P.Boorsma 1968 blz. 159
“De Papiermolens in Noord Holland” H.Voorn 1960 blz. 320-333

informatie F.Rol, Zaandijk


MOLENKAART