Vos, de Oude

© Arnold de Lange - Wormer

Papiermolen De Vos of De Oude Vos te Westzaandam. De windbrief werd gegeven in januari 1697, maar de molen was aanzienlijk ouder. Molenbeschrijver P. Boorsma, Pieter zag het jaartal 1697 als een mogelijke schrijffout voor 1667. De molen heeft gestaan aan en ten oosten van de Vaart, achter het Kauwerspad, en werd gesloopt in 1735.

Over de oprichting van de papiermolen de Vos is enige onduidelijkheid. Pieter Boorsma meldt in zijn boek ‘Duizend Zaanse molens’, dat de Vos waarschijnlijk in 1667 werd gebouwd, omdat er op 17 mei 1668 een stuk land werd verkocht dat achter de molen lag. Henk Voorn geeft aan in zijn boek ‘de papiermolens van Noord-Holland’, dat de Vos vermoedelijk omstreeks 1680 werd opgericht, waarbij mogelijk gebruik werd gemaakt van de oliemolen ‘de Vos’ uit Krommenie. Het kan zijn dat er wat met de molen gebeurd is zodat er een nieuwe molen gebouwd moest worden. Wie het bij het rechte eind heeft is niet duidelijk. Op 21 juni 1681 wordt de molen met gereedschappen in veiling gebracht door de erfgenamen van Jan Dirksz. Heijnes en Lijsje Jacobs. De molen, die werd omschreven als ‘een extra ordinare welbetimmerde en stercke agtkante grauwe papiermolen’, werd gekocht door Pieter IJsbrantsz. Leest (c.s.). Zij betaalden hiervoor Fl.3050,-. Niet veel later al kwam de gehele molen in handen van Pieter IJsbrantsz. Leest en IJsbrant Gerritsz. Leest. Op 16 oktober 1683 werd de Vos door Pieter IJsbrantsz. tegen brand verzekerd, de molen had toen een verzekerde waarde van Fl.1500,-. De familie Leest blijft de Vos tot 1732 in bezit houden. Op 24 april van dat jaar werd de molen geveild en kwam hij voor Fl.2500,- in handen van Claes Aldertsz. Heijloo. Bij de oprichting van het papiermakerscontract op 24 december 1733 werd de Vos onder zijn naam opgenomen, waarbij de verzekerde waarde van de molen nog steeds Fl.1500,- bedroeg. Heijloo gaat vreemd genoeg niet met de molen produceren. Op 28 januari 1734 verkocht hij het erf en het binnenwerk van de molen voor Fl.800,- waarbij hij de kapperij voor zelf hield. De uitgesloopte molen werd op 4 maart 1734 geveild om gesloopt te worden. Voor 1 mei 1734 moest de molen van het land af zijn, wat was overeengekomen bij de verkoop van het erf.

Bronnen:
“De papiermolens van de provincie Noord-Holland” 1960 Henk Voorn blz.271-173
“Duizend Zaanse molens” P.Boorsma 1968 105-106
Informatie van F.Rol
[BRON ZAANWIKI]

MOLENKAART