Hoop, de

© Arnold de Lange - Wormer

Papiermolen De Hoop te Zaandijk. Werd ook De Arme Jacob genoemd. De windbrief werd gegeven in augustus 1679. Hij heeft gestaan achter de Schans, ter hoogte van de tegenwoordige spoorlijn en werd in 1849 afgebroken en vervoerd naar Graft, waar hij als korenmolen werd herbouwd. In 1866 werd hij aldaar afgebroken en vervoerd naar Wormer, waar hij de afgebrande meelmolen De Koker verving.

[Bron: ZaanWiki]

Papiermolen de Hoop werd gebouwd in 1679 op het erf waar eerder een volmolen had gestaan die, “de Koper Volmolen” of “de Koger Volmolen” werd genoemd. Kort voor de bouw van de Hoop werd deze molen vermoedelijk gesloopt. Maar het is niet onwaarschijnlijk dat er ook onderdelen van deze volmolen zijn gebruikt bij de bouw van de Hoop. Op 11 mei 1679 werd er door vijf heren bij de notaris Spaens, de oprichtingsakte van een nieuwe firma ondertekend. Een gedeelte hieruit luidde als volgt:”hoe dat sij luijden met malkanderen jegenswoordig in sociteyt sijn aent stichten ende opbouwen van een nieuw achtkante papier moolentje dat sal dragen de naem van de Hoop int noort eynde van Saendijck binnendijcx int velt daer de volmolen de Koper heeft gestaen”.

De Hoop was gebouwd als grauwpapiermolen en op 24 augustus 1679 kregen Cornelis Jansz. Salomon en Gerrit Louisz. de windbrief uitgereikt. Jaarlijks moest er een bedrag van Fl.3,00 aan windgeld worden betaald. Directeur van de nieuwe rederij werd mede oprichter Cornelis Salomon, ook wel Cornelis Yperen genoemd.

In 1690 besluit de rederij om een nieuwe papiermolen te bouwen, deze kwam ten noordwesten van de Hoop te liggen in het Guisveld. De nieuwe molen droeg de naam “de Herderin”. Ook van deze molen werd Cornelis Salomon directeur. Na zijn overlijden in 1706 werd hij opgevolgd door zijn zoon Jan Czn. Salomon. Net als zijn vader lukt het Salomon jr. om het bedrijf behoorlijk in waarde te laten stijgen. Bij zijn aanstelling hadden de beide molen een ladingwaarde van Fl.20000,-, in 1718 was dit gestegen naar Fl.38400,-. Jan Salomon overlijdt in 1719 op 36-jarige leeftijd, hij werd pas in 1722 opgevolgd en wel door de Zaandijker Hendrik Willemsz. Schoen. In de tussenliggende tijd was Jan Baas tijdelijk als directeur aangesteld. Het lukt ook Hendrik Schoen om de waarde van de molens en de productie te vergroten. Zo laat hij o.a. de Hoop verbouwen van grauw naar witpapiermolen. In 1739 overleed Hendrik Schoen en werd voor enkele jaren zijn stiefzoon Michiel Engel als directeur aangesteld. Hij werd in 1742 vervangen door de Koger Simon Czn. Kluyt, deze zou tot zijn overlijden in 1768 gaande houder blijven van de rederij. Na zijn dood werd besloten om beide molens te veilen. De Herderin kwam voor Fl.15.700,- in handen van de Wormerveerder papiermakersfirma Dirk Blauw & Comp. De Hoop werd gekocht door Cornelis Makkes, hij betaalde een bedrag van Fl.5850,00 voor de molen. De molen werd als volgt beschreven:”25 augustus 1768. De gequalificeerdens van de Reeders & Geïnteresseerdens van de compagnie papier fabriek & negotie gedreeven ten naame van Simon Kluyt & Comp, presenteerden…een witte papiermolen met één kuip….genaamd de Hoop plus een stuk land genaamd de Schansven…Deeze moolen werd verkocht zonder eenig aandeel of gemeenschap aan ’t water in de polder van de molen de Herderin, daar bewesten gelegen, als hebbende de kooper van gemelde molen de Harderin de vrijheijd om de gemeenschap van water met deeze molen, zo als dezelve tans bestaat, geheel en al af te snijden.”

Cornelis Makkes was sinds 1751 papierproducent met de Koger papiermolen “de Koekoek”, later “de Haan” genoemd. Deze molen zou later worden verbouwd tot meelmolen, hij verbrandde als zodanig in 1921. Makkes breidde dus zijn bezit uit en kort hierna kwamen zijn beide zoons in de directie van de firma, die vanaf 1775 de firma Cornelis Makkes & Zonen heette. Cornelis Makkes stierf kort na de eeuwwisseling, waarna de twee broers Willem en Jacob Makkes de zaken voortzetten. In 1806 overleed echter Willem Makkes, waarna de firma uiteenviel. Jacob Makkes kocht van zijn neven en nichten het aandeel van zijn broer in de Hoop. De Koekoek werd toen verkocht. Kort hierna deed Jacob Makkes de Hoop over aan zijn zoon Aris Makkes. Deze zou tot zijn overlijden in 1848 met de Hoop blijven werken. Juist in dat jaar had Makkes een geheel nieuwe pakkamer aan de molen laten bouwen. Voor de papiermolens was er in die tijd geen werk meer en dus werd de Hoop voor sloop verkocht. Bij de veiling bracht de molen toen minder op dan dat de nieuwe pakkamer had gekost. Toch was dit voor de Hoop niet het definitieve einde, de molen werd in 1849 afgebroken en verplaatst naar Graft. Aldaar werd de molen herbouwd en ingericht als korenmolen. Lang heeft de molen daar niet gemalen, al in 1866 werd hij weer afgebroken en verplaatst naar Wormer om de daar verbrandde meelmolen “de Koker” te vervangen. Tot op de dag van vandaag is het achtkant van deze oude papiermolen dus nog aanwezig.

Hoe de Hoop aan zijn bijnaam “de Arme Jacob” kwam vertelt de geschiedenis niet, Henk Voorn vindt deze bijnaam voor het eerst in 1758, zodat hij niet kan slaan op Jacob Makkes. Wie dan “Arme Jacob” was, zal altijd wel een raadsel blijven.

Bronnen:
“De Papiermolens in Noord Holland” H.Voorn 1960 blz. 316-320/ 372-382
“Dat goede oude Zaandijk” G.Oosterbaan 1971 blz. 99/ 112
“Duizend Zaanse Molens” P.Boorsma 1968 blz.167
“Zaanse windmolens” P.Boorsma 1939 blz. 69-70
informatie F.Rol

MOLENKAART