Guiskind, het

Het Guiskind werd gebouwd in het jaar 1674. Op 14 november van dat jaar verkregen Claes Jansz. de Wit en Jan Dircksz. Papier de windbrief voor deze molen uitgereikt. Jaarlijks moesten zij een bedrag van 3 carolusgulden aan windgeld betalen. Later deed Claes de Wit zijn aandeel in het Guiskind over aan Jan Papier.

In 1712 overleed Jan Dirksz. Papier (of ook wel Prins genaamd) waarna zijn vrouw de zaken overnam. Op 2 januari 1726 deed zij de lading van de molen over aan haar broer IJsbrand van Riek. De molen bleef echter haar bezit, haar broer zou deze van haar huren. In 1727 overleed IJsbrand van Riek waarna Maartje van Riek de molen voor ƒ 3900 verkocht aan zijn zoon Jacob IJsbrantsz. van Riek. Niet veel later, in 1732, verkocht Riek de molen aan Claas Jansz. Note, een molenmaker. Naast het Guiskind bezat hij ook aandelen in de Westzaner papiermolen ‘het Huis Assumburg‘. Note ging niet zelf met het Guiskind werken, dat liet hij aan een stiefzoon over.

In 1754 overleed Note, het Guiskind kwam toen in handen van zijn schoonzoon, Gerrit Huisman. Huisman ging de molen niet zelf gebruiken en verkocht hem op 13 maart 1755 voor ƒ 5000 aan Maarten Neeltjes c.s. Vanaf 1776 gingen zij werken onder de firmanaam Neeltjes en Lakeman. Onder deze firma werkten ook de Assendelver papiermolens ‘de Koning‘ en ‘de Huisvrouw‘.

In 1784 werd het Guiskind verbouwd van grauw- naar witpapiermolen. Met deze verbouwing werd de molen grotendeels vernieuwd.

Lang zou de molen het witte papier niet produceren, want op 14 april 1788 raakte hij door onbekende oorzaak in brand en werd geheel verwoest. De firma Neeltjes & Lakeman kreeg van het papiermakerscontract een bedrag van ƒ 6000 uitbetaald. Na de brand kochten zij de kort bij gelegen papiermolen ‘de Visser‘. Op 23 augustus 1788 werd het erf van de molen met de restanten verkocht. Hierbij werd toen nadrukkelijk verteld dat het verboden was om gereedschappen en molenwerktuigen die uit de brand kwamen, naar het buitenland te exporteren.

Bronnen:
“De Papiermolens in Noord Holland” H. Voorn 1960 blz. 367-372
“Duizend Zaanse Molens” P. Boorsma 1968 blz.166-167
“Dat goede oude Zaandijk” G. Oosterbaan 1971 blz. 99/ 117
informatie F. Rol.

MOLENKAART